Stil staan
Vandaag, 23 september, is het Vergankelijkheidsdag. Een dag, die in het leven is geroepen om stil te staan bij onze sterfelijkheid en je ideeën en wensen daarover bespreekbaar te maken. En dat kan zoveel waard zijn!
Dit gedichtje bijvoorbeeld, was heeeeel lang geleden door een alleenstaande mevrouw uitgezocht, om bij haar afscheid te gebruiken. En toen het zover was, wisten haar naasten dat er ergens een briefje te vinden moest zijn waar dit op stond. Een klein voorbeeld, maar voor de naasten erg belangrijk. Stilstaan bij de dood, geeft ook waarde aan het leven.

Na een korte training bij Stichting Tot Zover ben ik vanaf vandaag ook in te zetten voor een gastles in groep 7/8 in het project 'Doodgewoon in de klas'.
Ik ontmoet mevrouw, haar dochter en dochters vriend na een telefoontje van mevrouw eerder die dag. Haar man is stervende, het is fijn dat ik alvast kon komen praten. Zesenzestig is hij pas, en ze noemt het ‘vette pech’ dat er een paar maanden geleden een hersentumor bij hem werd gevonden. “Daar doe je niks aan, dat had niet kunnen worden voorkomen. Misschien is er bij de aanleg van cellen al voor zijn geboorte iets misgegaan. Het is niet erfelijk, er is geen verklaring of oorzaak voor.” Een dappere poging om te relativeren en te accepteren, dat het is zoals het is. Ik hoor hierin ook alle vragen die ze hadden en de onmacht en misschien ook wel boosheid die ze moeten hebben gevoeld toen tot hen doordrong dat hij niet kon genezen en zou gaan sterven.
De naaste familie vond het een mooi gebaar als iedereen een bloem met een persoonlijk kaartje mee zou brengen naar het afscheid van mevrouw. En het wás mooi. Mooi tijdens het afscheid, de bloemenzee die was ontstaan. Waardevol én mooi om nadien alle kaartjes met een persoonlijke herinnering of laatste groet thuis te hebben.
Even voelde ik me de grote boeman, of beter gezegd boevrouw, toen ik de kleinzoon van de mevrouw die overleden was ontmoette. Ik was door m’n knieën gegaan om op gelijke ooghoogte te komen bij onze kennismaking. Zijn moeder zei: “Je mag wel naar die mevrouw haar schoenen kijken hoor, als je het spannend vindt.”
